Recensent: Wouter van Dijk
Een links verhaal. Hoe GroenLinks en de PvdA ondanks alles één werden, Coen van de Ven
Das Mag Uitgevers, z.p. 2025
ISBN 9789493399440
Paperback, geïllustreerd in zwart-wit, met bibliografie
283 pagina’s
€ 24,99
De fusie van PvdA en GroenLinks
Nu de kogel door de kerk is en het besluit tot fusie van de Partij van de Arbeid en GroenLinks genomen is, brengt journalist Coen van de Ven met Een links verhaal een reconstructie van het proces dat tot het fusiebesluit leidde. Dat proces neemt een aanvang na de voor beide partijen dramatisch verlopen Tweede Kamerverkiezingen van 2021 (PvdA 9 zetels, GroenLinks 8). Van de Ven is dan net in Den Haag aangekomen als kersvers parlementair journalist voor de Groene Amsterdammer. Hij probeert een voet tussen de deur te krijgen bij de partijen om inzicht te krijgen in wat er speelt. Daar lopen de partijen niet mee te koop maar Van de Ven handelt een compromis uit waarbij hij periodiek gesprekken met betrokkenen en kan voeren, om op basis daarvan op een veel later moment artikelen voor de Groene Amsterdammer te schrijven. De kern van het boek is gebaseerd op die artikelen van de voorbije jaren.
Van de Ven weet het vertrouwen te winnen van hoofdrolspelers in het fusieproces, de belangrijkste zijn Jesse Klaver en Lilianne Ploumen, op dat moment beide partijleiders van hun partij. Zij beginnen in het diepste geheim te filosoferen over een fusie. Wanneer de cirkel van getrouwen waarmee ze hun ideeën delen groter wordt, blijkt dat vooral bij GroenLinks veel animo is voor een samengaan, terwijl in de PvdA meer sceptici zijn. Bijvoorbeeld onder de Tweede Kamerleden Henk Nijboer en Attje Kuiken, al zou die laatste later een ommezwaai maken en voorzichtig voorstander worden. Het is Ploumen die vaak wordt teruggefloten door haar fractie wanneer samenwerkingsstappen te snel gaan. Dat komt zowel door een verschil in positie, Klaver heeft een stabielere positie als leider dan Ploumen, maar ook de partijcultuur speelt mee. In de PvdA is men minder geneigd volgzaam achter de besluiten van de leider te gaan staan maar wenst men uitleg, inspraak, afstemming. Omdat Klaver en Ploumen beseffen dat ze balanceren op een dun koord, opereren ze uiterst behoedzaam om de samenwerking niet in gevaar te brengen.
De rollen zullen gaandeweg het fusieproces af en toe gaan verschuiven. Waar onder prominenten de scepsis aan PvdA-kant het grootst is, is dat waar het de afdelingen in het land betreft juist omgedraaid. Daar zien veel PvdA-afdelingen fuseren wel zitten maar zijn het juist grote GroenLinks-afdelingen die bang zijn hun profiel te verliezen als fusiepartij. Bovendien speelt de geschiedenis altijd een rol. De PvdA heeft als oudste bestuurderspartij van het land veel goeds betekend, maar ook vuile handen gemaakt. Een recent voorbeeld is het kabinet Rutte II. Alleen al daarom hebben ideologische scherpslijpers binnen GroenLinks hun bedenkingen bij de fusieplannen. Binnen de PvdA roeren klassieke sociaaldemocraten als Gerdi Verbeet, Hans Spekman en Ad Melkert zich, zij zijn bang dat met een fusie het sociaaldemocratische verheffingsideaal wordt ingeruild voor een op het individu gericht emancipatiestreven.
De schrijver weet de interne ontwikkelingen bij PvdA en GroenLinks goed in te bedden in de context van de Haagse politiek van de afgelopen vijf jaar. Het boek leest daarom ook als een politieke geschiedenis van die jaren in bredere zin. Passages over stappen in het fusieproces worden afgewisseld met historische en sociologische bespiegelingen om de ontwikkelingen in te kaderen. De historie van beide partijen en de huidige maatschappelijke context zijn van groot belang voor de wijze waarop de samenwerkingsstappen tot stand komen.
Van de Ven ging ook in gesprek met de leden van beide partijen in het land. Zo geeft hij de verschillende bloedgroepen in beide partijen een gezicht en maakt hij inzichtelijk waarom de fusie zoveel voeten in aarde heeft. Hij bezoekt de ‘betonsocialisten’ van de PvdA in Leeuwarden, die de sociaal-economische positie van het armere volksdeel willen verbeteren, door betere woonomstandigheden. De focus op klimaatduurzaamheid roept daar vooral vervreemding op. Ook bezoekt Van de Ven de Nijmeegse afdeling van GroenLinks. De Groenlinksers in ‘Havana aan de Waal’ zitten niet te wachten op de PvdA en het machtsargument doet daar niet terzake. Links is er al oppermachtig. Men prefereert het zijn van een voorhoedepartij boven de neiging het midden op te zoeken, dat bij de PvdA sterker leeft. Tegelijkertijd spreekt Van de Ven geregeld met Klaver en Timmermans, die na tussenpaus Attje Kuiken de leiding bij de PvdA krijgt, en als eerste gezamenlijke premierskandidaat naar voren wordt geschoven bij de verkiezingen van 2023. Die missie mislukt maar betekent niet het einde van de fusie. Onder leiding van fusievoorstanders die zich verenigd in RoodGroen worden de leden in het land op de momenten waar het er om gaat gemobiliseerd en wordt elke fusiestap met een overgrote meerderheid bij stemmingen omarmt. Vooral partijvoorzitter Esther-Mirjam Sent hamert erop dat iedere verdere stap tot fusie steeds een mandaat moet hebben in de vorm van een ledenreferendum. Het is een belangrijke reden dat de fusie via een zeer democratisch proces tot stand komt, waar Klaver en het GroenLinkssmaldeel liever met het richtinggevende kader van de partij vooruitlopen op de troepen. Deze ‘procesrechtvaardigheid’ zoals Sent het noemt, heeft wel tot gevolg dat de tegenstanders van fusie in de PvdA voor een voldongen feit gesteld worden. Het overgrote deel van de partijvloot is voor samensmelting met de groenen.
Omdat Van de Ven ook geregeld spreekt met de beide partijvoorzitters en de directeuren van de wetenschappelijke bureaus, krijgt de lezer een zeer volledig beeld van alle belangrijke spelers in de gebeurtenissen. Wel maakt hij een enkele keer een uitglijder waar het de sociaaldemocratische geschiedenis betreft. Bijvoorbeeld wanneer hij stelt dat Keerpunt ’72 de eerste poging was om te komen tot één progressieve volkspartij (p.111). Dat was echter de oprichting van de PvdA zelf in 1946. En weliswaar was Ferdinand Domela Nieuwenhuis de oprichter van de eerste sociaaldemocratische partij in Nederland, de Sociaal Democratische Bond, deze ging niet op in de PvdA zoals Van de Ven schrijft (p.194). Het waren afgescheiden leden van de SDB die in 1894 een nieuwe partij stichtten, de SDAP, die opging in de PvdA. Deze schoonheidsfoutjes hebben echter geen invloed op de journalistieke analyse van het fusieproces die Coen van de Ven op de mat legt. Hij verdient alle lof dat hij erin geslaagd is zo’n gevoelige zaak op zo’n uitgebreide en gedetailleerde manier te boek te stellen. En hoewel Een links verhaal in zekere zin een open einde kent, het fusiebesluit is wel genomen maar een fusiepartij is er nog niet, is het boek ondubbelzinnig een aanrader voor iedere liefhebber van politieke geschiedenis.
Wouter van Dijk

