Recensent: Wouter van Dijk
Gerechtigheid en vrijheid. Een kleine geschiedenis van de sociaaldemocratie, Ruud Koole
Uitgeverij Van Gennep, z.p. 2025
ISBN 9789461646309
Paperback, met bibliografie
90 pagina’s
€ 11,99
Door de sociaaldemocratische geschiedenis met zevenmijlslaarzen
Ruud Koole kennen we als voormalig senator en partijvoorzitter van de PvdA. Hij was ook hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit Leiden. Eerder schreef hij over zijn tijd als voorzitter van de PvdA (2001-2005, 2007) het boek Mensenwerk. Een kenner van binnenuit van de sociaaldemocratie in Nederland dus.
Met Gerechtigheid en vrijheid schreef hij een beknopt boekwerkje van nog geen honderd pagina’s dat zeven jaartallen gebruikt als kapstok om de geschiedenis van de Nederlandse sociaaldemocratie van pakweg de laatste anderhalve eeuw te vertellen. Dat is een rijke geschiedenis, en deze opzet blijkt een nuttige en laagdrempelige manier om hem te vertellen.
Koole start ieder hoofdstuk met het ijkpunt van dat jaartal, maar weidt vervolgens uit naar de voorgeschiedenis van dat moment, en de gevolgen ervan erna. Zo worden alle momenten toch met elkaar verbonden tot een doorlopend coherent verhaal. De mijlpalen zijn bijvoorbeeld de oprichting van de Sociaal Democratische Arbeiderspartij in 1894, de ‘vergissing’ van Troelstra in 1918, de oprichting van de Partij van de Arbeid in 1946 en de populistische verkiezingsuitslag van 2002, die Koole als partijvoorzitter van nabij meemaakte.
Koole beschrijft hoe eind 19e eeuw arbeiders zich politiek beginnen te organiseren, tegen een achtergrond van uitbuiting in de industrialiserende maatschappij. In Nederland gebeurde dat voor het eerst in de Sociaal Democratische Bond van Ferdinand Domela Nieuwenhuis, in 1881. Toen de voorman van de SDB zijn partij steeds meer afkeerde van het parlementaire werk scheidden een aantal leden zich af en startten een nieuwe partij, de SDAP, die voor het bereiken van de socialistische maatschappij de politiek en verkiezingen wel wilde inzetten. Deze SDAP was aanvankelijk sterk tegen de heersende partijen gekant, en weigerde bijvoorbeeld in 1913 al regeringsdeelname, uit angst te nog jonge beweging te splijten. Er waren immers veel uitgesproken voor- en tegenstanders van regeringsdeelname. Sommige grondleggers als J.H. Schaper en W.H. Vliegen zagen dit later als gemiste kans, volgens Troelstra was het noodzakelijk om de partij als geheel niet in gevaar te brengen. In de loop van de jaren twintig kwam de SDAP politiek in een statische fase. Ze groeide niet meer bij verkiezingen, en er gingen zowel binnen als buiten stemmen op voor een andere, bredere, aanpak van politiek. Waar het land behoefte aan had was een brede volkspartij, niet ingericht op klasse maar op idealen waarin alle mensen zich ongeacht hun achtergrond in zouden kunnen vinden. De nieuwe Partij van de Arbeid die na de oorlog in 1946 werd opgericht, wilde alle politiek sociaal en vooruitstrevend denkenden in zich verenigen. Het werd een fusie tussen de sociaaldemocraten van de SDAP, de sociale christenen van de Christelijk-Democratische Unie en de sociaalliberalen van de Vrijzinnig-Democratische Bond.
Waar de PvdA samen met de KVP grotendeels verantwoordelijk was voor de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog, en linkse politiek een hoogtepunt kende met het Kabinet Den Uyl dat in 1973 aantrad, verdween de partij in de jaren ’80 uit het centrum van de macht. Om dat veranderen koos men onder Wim Kok in de jaren ’90 voor de ‘Derde Weg’ tussen staatssocialisme en vrijemarktkapitalisme, waarbij men de vrije markt probeerde in te zetten om de maatschappij welvarender te maken. De vele privatiseringen van staatsbedrijven pakte anders uit weten we nu. In veel gevallen hoge salarissen en bonussen voor ‘top’bestuurders, en verschralende en steeds duurder wordende producten en diensten. Winsten voor aandeelhouders, investeringen op kosten van de belastingbetaler. Hoewel de sociaaldemocraten zich inmiddels weer richten op een steviger aansturing en regulering van de markteconomie, lijkt de imagoschade die dit neoliberale beleid heeft aangericht onherstelbaar. Samenvallend met een niet-aflatende populistische opmars vanaf 2002 die in de politiek zorgt voor een permanente obsessie met buitenlanders en migratie, slaagt de PvdA er niet meer in haar sociaal-economische agenda voor het voetlicht te brengen, ondanks problemen als de woningnood die zoveel mensen bezighoudt.
Midden 2026 zou samen met GroenLinks een nieuwe linkse partij gevormd moeten worden. Het is afwachten of deze vernieuwing sociaaldemocratie als beweging met een zo rijke historie het nieuwe elan zal brengen waarop gehoopt wordt. Ook in 1946 was men huiverig de vertrouwde SDAP op te heffen voor een nieuw begin. Dat is echter een halve eeuw zeer succesvol gebleken. Indachtig de frase uit de Internationale die de sociaaldemocraten nog altijd zingen ‘sterft gij oude vormen en gedachten’ zullen ze de blik vooral voorwaarts moeten richten. De geschiedenis die Koole in dit boekje uit de doeken doet kan daarbij dienen als inspiratie om nieuwe hoofdstukken aan toe te voegen. Misschien wel als Progressieve Volkspartij, waarover in de jaren ’70 al eens stiekem gedacht werd?
Wouter van Dijk

