Heerlijkheden in de Lage Landen

Recensent: Wouter van Dijk

Heerlijkheden in de Lage Landen, Kaat Cappelle en Joke Verfaillie (gastredactie)
Themanummer Pro Memorie. Bijdragen tot de rechtsgeschiedenis der Nederlanden, jaargang 27 nummer 2

Amsterdam University Press, Amsterdam 2025
ISSN 1566-7146

Paperback, geïllustreerd in kleur, met notenapparaat
184 pagina’s
Abonnement vanaf € 49 per jaar

Heerlijkheden onder de loep

De heerlijkheid als administratief-juridische eenheid neemt een bijzondere plaats in onze geschiedenis in. Dit themanummer van tijdschrift Pro Memorie staat geheel in het teken van heerlijkheden in het gebied wat tegenwoordig Nederland en België beslaat. De bijdragen komen voort uit activiteiten rond het Vlaamse LORD-project: Lordship and State Formation in the County of Flanders, 15th-18th Centuries. Ter afsluiting van dat meerjarige onderzoeksproject werd in het najaar van 2024 een contactdag georganiseerd waarbij historici, archivarissen, genealogen, studenten en andere geïnteresseerden van gedachten wisselden over de heerlijkheid van de Late Middeleeuwen tot de Vroegmoderne Tijd. Het themanummer bundelt acht van de bijdragen die op de contactdag werden gepresenteerd.

Beleningspolitiek
De onderwerpen in de bijdragen lopen uiteen van territoriale kwesties en de precieze invulling van heerlijke rechten tot de interactie tussen ambachtsheren en -vrouwen en hun onderdanen. Zo onderzoekt Maarten J. Prins in zijn artikel de spreiding van heerlijkheden in het gewest Holland van de 15e tot de 18e eeuw. Hij geeft een inkijkje in de wijze waarop belening met heerlijkheden door de graven van Holland werd ingezet als politiek instrument. Vanaf het einde van de 15e eeuw werden steeds minder lenen uitgegeven, en als dat gebeurde was dat voor het leven van de ontvanger, zodat het leen niet overerfbaar was. In tijden van oorlog nam het aantal beleningen wel toe, deels kwam dat voort uit oorlogshandelingen, waarbij getrouwen werden beloond met de belening van nieuw veroverd gebied. Toen met de Bourgondische eenwording de aan Holland grenzende gewesten geen concurrenten meer waren maar onder dezelfde vorst vielen, verdween ook het aantal op die manier gecreëerde lenen.

Heerlijke reactie
Tom de Waele verdiept zich in zijn bijdrage in de zogenaamde ‘heerlijke reactie’. Een term die historici gemunt hebben om een vermeend fenomeen te beschrijven dat zich vanaf het midden van de achttiende eeuw zou voordoen. Hierbij probeerden rechthebbenden allerlei in onbruik geraakte heerlijke rechten opnieuw in te voeren of deze strenger te handhaven. Deze hernieuwde repressie van het ancien regime zou zelfs een van de oorzaken van de Franse Revolutie geweest zijn. De Waele sluit zich door middel van een aantal case studies aan bij de historici die van een gecoördineerde actie van adel en privilegebezitters niet willen weten. In plaats daarvan was er in de vroegmoderne periode voortdurend sprake van strijd de houders van heerlijke rechten en de mensen die daarvan nadeel ondervonden en de rechten probeerden te ontwijken, af te zwakken of te ontduiken. Daarbij was deze strijd voor de houders van heerlijke rechten niet zozeer ingegeven uit financiële noodzaak, laat De Waele zien, want veel van de heerlijke rechten in kwestie leverden financieel gezien maar weinig op. Het geld verdiende de ambachtsheer met grondverpachting. Bij het behoud van veel heerlijke rechten ging het primair om macht, aanzien, en de vrees voor precedentwerking. De wisselwerking tussen heer en onderhorigen zien we ook terug in het artikel Erwin van der Hoeven, die beschrijft hoe in het geval van het recht op het beste kateil (het waardevolste stuk roerend goed uit een erfenis) in de heerlijkheid Herzele inwoners van de heerlijkheid best veel speelruimte hadden om hierover met de heer te onderhandelen. Er was geen sprake van een almachtige heer die op allerlei gebied van een willoze bevolking nam wat hij wenste.

Jurisdicties, herendiensten en keuren
In de bundel vinden we verder artikelen over de ingewikkelde jurisdictie van de heerlijkheid Edinge in het grensgebied tussen Brabant en Henegouwen, en over het afnemende maar dynamische voortbestaan van herendiensten in de vroegmoderne periode. Daarnaast nog artikelen over dorpskeuren van Sint-Annaland in Zeeland en de rol van de heerlijke rechtbank, het landgericht, in Bergh in Gelderland. Een afsluitende beschouwing van Frederik Buylaert en twee boekrecensies van publicaties over ‘heerlijke’ onderwerpen maken het themanummer compleet. Voor historici en archivarissen is het een welkome hernieuwde kennismaking met het voor de vroegmoderne geschiedenis van de Lage Landen belangrijke juridische construct van de heerlijkheid. De rechten en mores die daarbij kwamen kijken konden op lokaal niveau zeer van elkaar verschillen. Het is daarom ook te prijzen dat de samenstellers bijdragen uit een geografisch zo wijd verspreid gebied hebben gebundeld.   

Wouter van Dijk