Recensent: Wouter van Dijk
Trouw en onwrikbaar. Tweeduizend jaar provinciebestuur in Utrecht, Renger de Bruin
WBOOKS i.s.m. Provincie Utrecht, Zwolle 2025
ISBN 9789462586918
Hardcover, geïllustreerd in kleur, met literatuuropgave en notenapparaat
176 pagina’s
€ 29,95
Geschiedenis van de provincie Utrecht
In 2025 viert de provincie Utrecht dat 650 jaar geleden de Stichtse Landbrief werd uitgevaardigd. Op 17 mei van dat jaar sloot de bisschop van Utrecht een overeenkomst met adel, geestelijkheid en steden van wat toen nog het Nedersticht heette, en werd formeel bevestigd dat deze afvaardigingen inspraak hadden bij zaken als belastingheffing. Het Nedersticht besloeg min of meer de huidige provincie Utrecht, en de bisschop regeerde hier als vorst. De Landbrief kan daarmee gezien worden als eerste teken van inspraak, of zelfs democratie. Reden voor de provincie om het jubileum dit jaar te vieren met tal van activiteiten, en ook de uitgave van dit boek vindt zijn aanleiding in de viering.
Het boek is een bewerking van een eerdere publicatie van De Bruin uit 2003, en borduurt daarop voort. Destijds schreef hij al eens een historische studie over het Utrechtse provinciebestuur, gekoppeld aan een tentoonstelling in het Centraal Museum Utrecht. De ruim twintig jaar die sindsdien zijn verstreken, heeft De Bruin toegevoegd, evenals een stuk vooraan het boek over de Romeinse en vroegmiddeleeuwse periode, waarmee deze publicatie letterlijk de gehele historische periode van het Utrechtse gebied beslaat. Ook besteedt De Bruin vanwege de Stichtse Landbriefherdenking extra aandacht aan de totstandkoming hiervan.
In acht chronologische hoofdstukken en een afsluitende beschouwing beschrijft De Bruin de geschiedenis van het Utrechtse gebied, waarbij veel gebruikgemaakt wordt van illustraties om het verhaal te verlevendigen. Hij maakt duidelijk dat de Utrechtse geschiedenis een golfbeweging kent die autonomere perioden afwisselt met tijden waarin de provincie zich meer moest schikken naar een hoger centraal gezag. Dat begon met de Romeinen waarin voor Utrecht en omgeving bestuurlijk nog weinig in de melk te brokkelen was, veranderend naar een autonomer positie in de middeleeuwen met de Stichtse Landbrief als hoogtepunt. Daarna nam de druk van het centraal gezag weer toe onder het Habsburgse Rijk, om weer af te nemen naar provinciale autonomie in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Begin negentiende eeuw volgde de wording tot eenheidsstaat in de Bataafse Republiek en werden de provincies weinig meer dan administratieve eenheden onderhorig aan de regering in Den Haag. Na de verbouwing van ons staatsbestel door Thorbecke kwam weer meer ruimte voor provinciale eigenheid en initiatief maar de paraplu van de eenheidsstaat werd natuurlijk niet meer losgelaten.
De eigenheid van de geschiedenis van Utrecht als provincie is daarom vooral zichtbaar in de perioden waarin centraal gezag zich minder doet gelden, en de gewestelijke autonomie groter is. Dat zijn daarmee voor de lezer ook de meest interessante perioden in het boek. Met name de wording van de Stichtse Landbrief en de rol die de stedelijke burgerij enige tijd had bij de vorming van stadsbesturen springen in het oog. Naarmate de geschiedenis vordert en in de negentiende eeuw de natiestaat vorm krijgt is ook in het boek te zien dat de geschiedenis van de provincie in grote lijnen die van de Nederlandse staat volgt. Dit deel van het boek is daarmee wat minder verrassend maar behoort natuurlijk wel in een synthese die de gehele afgelopen tweeduizend jaar wil beschrijven.
Onderwerpen in de afgelopen eeuw die bijvoorbeeld aan bod komen zijn de rol van de provincie in waterstaat op land en water, waarin deze vanouds een belangrijke verantwoordelijkheid heeft, de Tweede Wereldoorlog en Anton Mussert die ingenieur was bij de Utrechtse provincie, en heel recent de wolvendiscussie die ook in Utrecht de tongen losmaakt.
Renger de Bruin heeft daarmee een geslaagd overzicht weten te geven van tweeduizend jaar provincie Utrecht dat in een jubileumjaar als dit niet mocht ontbreken.
Wouter van Dijk

