Festival van de Opstand

Het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) opende afgelopen zaterdag, 13 oktober, de deuren voor het publiek. Binnen het voor hen zeer toepasselijke thema van de Maand van de Geschiedenis – Opstand – organiseerde men een hele dag in dit thema: het Festival van de Opstand. Voor de gelegenheid werden er sessies met opstandige verhalen, muziekoptredens, filmvertoningen en rondleidingen door de depots van het instituut gehouden. Het was een zeer enerverende dag die raakte aan diverse opstandige gebeurtenissen door de eeuwen heen.

Albert Hahn

Een van de eerste programmaonderdelen vond plaats in de filmzaal. Hier stond de totstandkoming van de documentaire De getekende Hahn centraal. Documentairemaker Pim Zwier vertelde hoe hij samen met het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid aan de documentaire heeft gewerkt. De documentaire verschijnt dit jaar omdat het in 2018 exact honderd jaar geleden is dat politiek tekenaar Albert Hahn sr. (1877 – 1918) overleed. Zijn werk geeft ons een beeld van verschillende cruciale episodes uit de sociale en politieke geschiedenis van Nederland. Met De getekende Hahn zet Zwier een kunstenaarsportret neer aan de hand van archiefbeelden en teksten uit de vorige eeuw, met uiteraard ook vele van Hahns tekeningen.

Albert Hahn is met name bekend om zijn bijdragen aan Het Volk en De Notenkraker. Eén van zijn bekendste affiches is dat van de spoorwegstaking van 1903. Hoewel velen deze prent in eerste instantie vaak interpreteren als een aanzet tot actie is het een verslag na afloop van de succesvolle staking. De documentaire van Zwier gaat over het werk van Hahn, maar ook over de mens achter de tekeningen. Zo gebruikt hij persoonlijke anekdotes uit een interview van 1913 om de Groningse Hahn tot leven te wekken in zijn documentaire. Omdat er helaas geen bewegend beeld van Hahn zelf is, heeft hij gezocht naar beelden die aansluiten bij de onderwerpen die hij behandelt. Zwier heeft onder andere dankbaar gebruik kunnen maken van de vele bedrijfsfilms die in de jaren tien van de vorige eeuw volop werden ontwikkeld.

Naast aandacht voor de documentaire die op 11 november in De Balie in Amsterdam in première gaat en op 4 november een voorpremière heeft bij het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid waren er voor de gelegenheid ook diverse stukken uit het Hahn-archief van het IISG geselecteerd om te laten zien aan de belangstellenden. Zo konden de aanwezigen onder andere een poppenkastpop van Abraham Kuyper en vignetten van de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond (ANDB) naar ontwerp van Hahn bewonderen. Deze vakbond, opgericht in 1894, is het rolmodel geweest voor de ontwikkeling van de vakbeweging in de twintigste eeuw. De ANDB behaalde spectaculaire vakbondssuccessen zoals de invoering van de achturige werkdag, zoals te zien is op de vignetten van Hahn. De ANDB was echter niet alleen succesvol vanwege de vakbondssuccessen zoals het behalen van hogere lonen en een betaalde vakantie, maar ook doordat zij solidariteit wist te creëren in het diverse ledenbestand: mannen, vrouwen, Joden en niet-Joden, hoog opgeleide, goed betaalde klovers en nauwelijks opgeleide, op stukloon werkende verstellersknechten. Naast deze werk-gerelateerde stukken uit het Hahn-archief werd ook een prent getoond die Hahn in zijn vrije tijd had gemaakt van de Volkstuinen bij de Lange Weg in Watergraafsmeer, waar hij woonde.

De Oranjefurie

In de vide van het IISG vonden diverse korte lezingen plaats van telkens een kwartier. Zo vertelde Anne Petterson over de opstandige periode ten tijde van het regime van koning Willem III. Socialisten brachten een pamflet uit onder de titel Koning Gorilla waarmee koning Willem III werd bespot. De pamfletten gingen als zoete broodjes over de toonbank en hoewel de monarchie in die tijd vooral een ceremonieel karakter had, waren de meeste arbeiders toch sterk Oranjegezind. Zij reageerden heftig op het pamflet Koning Gorilla en besloten op 19 februari 1887 de winkels van verschillende socialistische boekhandelaren die het pamflet verkochten te bestoken. In eerste instantie alleen met de leus ‘hop hop hop, hang de socialisten op’, later ook met geweld door de glazen etalages in te gooien. Ook het socialistisch bierhuis De Leeuw van Waterloo werd mikpunt van de Oranjewoede waarbij het gehele interieur werd geruïneerd.

Loesje

Na de Oranjewoede werd een sprong in de tijd gemaakt naar de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, de tijd van de muurkranten. Dit waren pamfletkranten die in de stad werden aangebracht en nieuws verkondigden dat tegen de schenen van bestuurders schopte. Opvolger van de muurkrant was Loesje die met slechts één zin de kern van de boodschap wist te raken. Denk bijvoorbeeld aan de uitspraak van Loesje over de koopkracht: ‘de kracht om te laten liggen wat je niet nodig hebt’. Ik besloot die uitspraak op een actiebutton te drukken, want in het IISG was het ook mogelijk om zelf actiebuttons te fabriceren of een potje Dolle Mina Ganzenbord te spelen. Uiteraard was er ook tijd voor muziek tussen de lezingen door. Zo bracht DJ Aad Blok leuke muziekcolleges à la Leo Blokhuis ten gehore over socialistische muziek en strijdliederen, zoals de Internationale en de in die traditie staande folkmuziek van Pete Seeger, Bob Dylan en Woody Guthrie.

Karl Marx

Pepijn Brandon deelde in zijn korte presentatie diverse wetenswaardigheden over Karl Marx. Zo vertelde hij dat Marx in zijn jonge jaren solliciteerde als spoorwegbeambte, maar werd afgewezen vanwege zijn slordige handschrift. Ook vertelde hij dat Marx lastig was in de omgang en zich geregeld omringde met vrienden die hij niet veel later zelf weer afstootte. De enige personen waar hij in zijn leven echt steun aan heeft gehad waren zijn vrouw, en compagnon Friedrich Engels waarmee hij het Communistisch Manifest (1948) schreef. De enige overgebleven handgeschreven bladzijde van dit manifest uit 1848 bevindt zich overigens samen met het Marx/Engels Archief sinds 1938 in de collectie van het IISG.

Wederdopersoproer

Historicus Henk Looijesteijn gaf een mini-college over de eerste grote opstand in Amsterdam, het Wederdopersoproer. Tijdens dit oproer bezetten de wederdopers op 10 mei 1535 het stadhuis van Amsterdam. De wederdopers waren aanhangers van een kerkelijke stroming die vonden dat alleen volwassenen gedoopt mochten worden. Toen één van de vier burgemeesters – Pieter Colijn – besloot tot een aanval, werd deze succesvol afgeslagen door de wederdopers en werd ook burgemeester Colijn vermoord. Een nieuwe aanval werd op 11 mei ingezet. Deze aanval slaagde, de leider van de wederdopers Jan van Geel liet zich in de toren van het stadhuis neerschieten, waarmee het oproer eindigde als een mislukte poging tot een staatsgreep.

Pleidooi voor Communisme

Na deze presentatie las Gustaaf Peek voor uit eigen werk: zijn pamflet Verzet! Pleidooi voor Communisme. In dit pamflet pleit Peek voor een van de nog altijd controversiële ideeën van Karl Marx: de rechtvaardige herverdeling van kennis, macht en inkomen. Niet op een gedwongen Sovjetmanier, maar door een andere levensinstelling. Na deze voordracht bracht Almudena Rubio liederen uit onder andere de Spaanse Burgeroorlog ten gehore.

 

De Tachtigjarige Oorlog

Dit muzikale intermezzo werd opgevolgd door een optreden van Jean-Marc van Tol, onder andere bekend als een van de tekenaars van Fokke en Sukke, maar daarnaast ook als historisch letterkundige zeer geïnteresseerd in Johan de Witt. Met een team van het Huygens ING werkt hij aan de ontsluiting van de 40.000 brieven van de raadspensionaris en schrijft hij er een trilogie historische romans over. Onlangs verscheen Musch; Johan de Witt trilogie 1. Tijdens het Festival van de Opstand ging Van Tol in zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de Opstand heen. In zijn spoedcursus was onder andere aandacht voor Willem de Zwijger die het volk goed kon bespelen, maar ook voor de moord op Willem van Oranje.

Vrouwenrechten

In de namiddag stonden de rechten van de vrouw bij diverse sessies centraal. Zo vertelde oud-minister Lilianne Ploumen (PvdA) over haar initiatief SheDecides. Hiermee zamelt ze geld in voor seksuele voorlichting en veilige abortus in ontwikkelingslanden. Ploumen startte SheDecides toen de Amerikaanse president Trump de financiering beëindigde van organisaties die zwangere vrouwen in het buitenland helpen bij abortus. Het huidige PvdA-Kamerlid was toen nog minister voor Ontwikkelingssamenwerking. De actie oogstte veel lof. In de woorden van Arjen Lubach: Superploumen. Ook ontving ze eerder dit jaar de Machiavelliprijs voor haar initiatief.

Na Ploumen legde Milou Deelen de focus op het onderwerp slutshamen. De voormalig Groninger studente maakte een video over hoe ze door mannelijke corpsleden werd behandeld, die video ging viral. Er werd over Deelen geschreven dat je ‘haar kon doen voor een pakje peuken en een Smirnoff’. Deelen: ‘Als jongens seks hebben en hier openlijk over spreken, is dit tof. Als meisjes – zoals ik – dit doen, daalt het respect of onze waardigheid.’ Dat moet volgens Deelen veranderen en daar probeert ze met haar video en optredens verandering in te brengen.

Kijkje achter de schermen

Het beste bewaren we voor het laatst, want aan het einde van de middag stond een rondleiding door de depots van het IISG op het programma. Tijdens deze rondleiding werd meer verteld over de geschiedenis van het instituut en kregen bezoekers de hoogtepunten uit de collectie met eigen ogen te zien. Het IISG is officieel opgericht op 25 november 1935, al begint de geschiedenis al in de jaren twintig van de vorige eeuw toen Nicolaas Wilhelmus Posthumus (1880-1960) in 1914 het Nederlandsch Economisch-Historisch Archief (NEHA) oprichtte. Het NEHA concentreerde zich op het bewaren van archieven van bedrijven en verwante organisaties, en het verzamelen van andere bronnen relevant voor de economische geschiedenis. Aan het begin van de jaren dertig zorgden twee ontwikkelingen voor de oprichting van het IISG. Allereerst vroegen de door het NEHA verzamelde sociaal-historische collecties om een speciale benadering en ten tweede was er de verslechterende politieke situatie in geheel Europa gedurende deze jaren waarbij mensen van allerlei overtuigingen binnen de arbeidersbeweging bedreigd raakten door dictatoriale regimes, en hun verzamelingen evenzo. Posthumus zette zich in om juist dat materiaal te redden. Zo was in de periode 1935-1940 alle aandacht gericht op het redden van materiaal uit heel Europa. De belangrijkste collectie die in deze jaren werd verworven was de nalatenschap van Marx en Engels. Bij deze archieven werd in de rondleiding uiteraard ook kort stilgestaan. De geschriften van Marx en Engels behoren immers tot de invloedrijkste in de wereldgeschiedenis. Nog altijd spelen ze een belangrijke rol in het denken over kapitalisme, arbeid, economische crises en revoluties. In de rondleiding kregen bezoekers onder andere Marx’ eigen geannoteerde exemplaar van Das Kapital (deel 1, 1867) te zien.

Naast de archieven van Marx/Engels vonden meer archieven veilig onderdak in Amsterdam. Zo smokkelde IISG-bibliothecaresse Annie Adama van Scheltema handschriften van de bekende anarchist Bakunin (een onderdeel van de beroemde Nettlau-collectie) Oostenrijk uit, vlak nadat de Nazi’s Wenen waren binnengemarcheerd. Ook de bibliotheken en archieven van uit Rusland gevluchte Mensjewieken en Sociaalrevolutionairen werden naar Amsterdam gebracht. Tot slot zijn ook de archieven van de anarchosyndicalistische Confederación Nacional del Trabajo (CNT) en de Federación Anarquista Ibérica (FAI) gered. Na de val van Barcelona in januari 1939 en de val van Madrid in datzelfde jaar reisden kisten vol Spaans archief langs ondoorgrondelijke wegen richting Parijs. De papieren van de CNT en van zijn politieke organisatie, de FAI, werden in april 1939 veiliggesteld in het IISG-filiaal in Parijs. Een bruikleencontract werd opgemaakt tussen de IISG-vertegenwoordiger in Parijs en functionarissen van de CNT en FAI. In de geredde kisten bevonden zich de laatst gebruikte stempels. De laatste datum die op de FAI stempel ingesteld stond was 21 januari 1939, vijf dagen voor de val van Barcelona. Zowel de stempel als één van de kisten werd in de tentoonstelling getoond.

Toch liepen de archieven in Parijs ook gevaar, zo bleek toen in november 1936 werd ingebroken en stukken van Trotsky werden gestolen. De diefstal werd waarschijnlijk uitgevoerd door agenten van Stalins geheime dienst. Met vooruitziende blik vestigde Posthumus een dependance van het Instituut in Engeland. Hier werden de kostbaarste archieven in veiligheid gebracht. Ofschoon veel materiaal in veiligheid was gebracht, bevond zich in Amsterdam nog steeds een grote verzameling. Helaas zijn er gedurende de oorlog delen van de collectie naar Duitsland afgevoerd om te worden gebruikt voor verschillende doeleinden. Pas in 1946 werd het grootste deel van dit materiaal teruggevonden en naar Amsterdam teruggebracht. Ander materiaal, dat zich in Oost-Europa bevond, kwam trager terug, zoals het SDAP-archief, dat in 1956 en 1957 uit Polen werd geretourneerd. In 1991, na de mislukte coup in Moskou, kwam aan het licht dat ook daar nog IISG-materiaal is te vinden, dat al die jaren bewaard is gebleven in een aparte archiefinstelling. De Russische archiefdozen in het depot herinneren nog aan de omzwerving die deze archieven hebben gemaakt.

In de jaren zestig en zeventig profiteerde het IISG van de groeiende interesse in de geschiedenis van de sociale bewegingen en ideeën. Sinds 1979 is het IISG een instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Voor de groeiende collecties en het steeds grotere aantal medewerkers werd in 1989 onderdak gevonden in een voormalig cacaopakhuis aan de Cruquiusweg in Amsterdam en sinds de jaren negentig richt het instituut zich vooral op bewegingen buiten Europa, al blijft Nederland natuurlijk een zwaartepunt. Zo bevat het IISG momenteel meer dan vierduizend archieven, miljoenen boeken en tijdschriften en ongeveer evenveel items in de afdeling Beeld en Geluid, waaronder posters. Maar ook diverse eigenaardigheden zoals een krakersjack, spuitbussen van de Provo’s en een envelop met enkele broodkruimels afkomstig uit de Commune van Parijs, toen de stad in 1871 door de Pruisen werd belegerd.

Al met al was het een gezellig opstandig festival met een gevarieerd programma.

Vera Weterings

Meer lezen over de Spaanse Burgeroorlog, kijk dan hier

Meer lezen over sociale geschiedenis, kijk dan hier

Comments are closed.

Post Navigation