Oude en nieuwe ongelijkheid, Kees Vuyk

Recensent: Wouter van Dijk

Oude en nieuwe ongelijkheid. Over het failliet van het verheffingsideaal, Kees Vuyk

Uitgeverij Klement, Utrecht 2017
ISBN: 978 90 8687 216 9

Paperback, met voetnoten en index
286 pagina’s
€ 29,99

Een meritocratische dystopie

Sinds de democratiseringsgolf na de Tweede Wereldoorlog is onze samenleving veel gelijker geworden. Meer mensen hebben de kans op te klimmen op de maatschappelijke ladder, dat vinden we nu de normale situatie. Als je voor een dubbeltje geboren wordt kun je best een kwartje worden, als je maar je best doet. Voormalige universitair hoofddocent aan het Departement Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht Kees Vuyk gooit met dit boek dat zelfgenoegzame beeld van onze maatschappij aan diggelen. Hij won er in 2018 de prijs voor het beste filosofieboek voor.

Vuyk stelt dat de maatschappelijke democratiseringsslag die we in Nederland vooral vanaf de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw hebben doorgemaakt, onvoorziene en onwenselijke gevolgen heeft. Dat zit zo. Tot dat moment in onze geschiedenis was er niet voor iedereen die voldoende intelligentie en talent had om door te leren ook deze mogelijkheid. Je steeg niet zomaar op de maatschappelijke ladder. Als je in een arbeidersgezin geboren werd rond 1900 was de kans heel groot dat dat ook jouw toekomst werd. Hetzelfde gold voor de elite. Werd je in een rijk nest geboren, dan deed het er niet toe of je zelf intelligent was of op een andere manier iets in de maatschappij kon betekenen. Er zijn legio voorbeelden aan te wijzen van incompetente heersers, leiders of leden van de hogere klasse die weinig meer deden dan potverteren op de rijkdom die hun voorouders hadden opgebouwd. In deze situatie was intelligentie gelijkelijk verdeeld over arm en rijk, elite en onmachtigen. Dat zorgde ervoor dat zich in de lagere klassen tal van mensen bevonden die talent genoeg hadden om de minder begaafden bij de hand te nemen en te leiden naar een beter lot. Zie bijvoorbeeld de voormannen van de arbeidersbeweging, die wel intelligent waren maar vaak geen formele hogere opleiding gevolgd hadden.

Dat evenwicht verdwijnt op het moment dat we na de Tweede Wereldoorlog het hoger onderwijs toegankelijk maken voor iedereen die dat aankan. Op zich natuurlijk een democratische gang van zaken. Het had echter tot onvoorzien gevolg dat uit alle lagen van de bevolking de intelligentste mensen verdwenen om toe te treden tot de ‘hogere’ klassen van HBO- of universitair geschoolden, met alle mores en culturele kenmerken die zo’n milieu met zich meebrengen. De cultuurclash die dat tot gevolg had in de jaren zestig en zeventig werd benoemd als generatiekloof, de vervreemding van deze generatie jongeren tot hun ouders was volgens Vuyk echter meer een culturele kloof dan dat deze iets met leeftijd te maken had. De lagere klassen in de samenleving bleven vervolgens ontdaan van de meest getalenteerden onder hen, achter.

Deze groepen van lager en hoger opgeleiden worden steeds homogener. Mede omdat hoogopgeleiden de neiging hebben als partner ook een hoogopgeleid persoon te kiezen. Dat heeft niet zozeer met de opleiding te maken maar meer met intelligentie. Je moet immers met elkaar over allerlei zaken kunnen spreken in een relatie, dat werkt het best als je intellectueel ongeveer op hetzelfde niveau zit. Omdat alle intelligentere mensen inmiddels ook hoogopgeleid zijn, trouwt deze groep bijna alleen nog maar met elkaar. Terwijl vroeger intelligente mensen in alle lagen van de bevolking te vinden waren waardoor een wetenschapper ook een verpleegster trouwde, of een bouwvakker met een lerares. Deze verschraling van de interactie tussen de verschillende lagen in de samenleving heeft tot gevolg dat de hogere en lagere delen van onze maatschappij steeds minder binding hebben met elkaar, en elkaar steeds slechter begrijpen. Het feit dat de politieke macht vrijwel uitsluitend bij hoogopgeleiden licht, werkt ontwrichtend. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat intelligentie voor een belangrijk deel is aangeboren. En daar wordt het eng. Hoogopgeleiden, inmiddels synoniem geworden met het intelligentere volksdeel, zullen in vergelijking intelligentere kinderen krijgen dan laagopgeleiden. Een proces dat zich zal versterken naarmate het langer voortduurt. Er ontstaat een intelligentiekloof in de samenleving die door de wijze van inrichting van onze maatschappij samenvalt met een sociale kloof.

Het idee dat scholing de oplossing is voor alle kwalen in de samenleving moet zo bezien op de helling. Je kunt mensen scholen tot op een bepaald niveau, dan komt ook aangeboren intelligentie om de hoek kijken. Je kunt niet mensen verwijten dat ze niet intelligenter zijn dan ze zijn, en daarom is gelijke kansen bieden niet genoeg als je een menswaardige samenleving wilt creëren waarin iedereen een goed leven kan hebben, ongeacht het stel hersens waarmee je wordt geboren. Vuyk ziet in de populistische onrust die heerst onder een deel van de bevolking niet zozeer een uiting van xenofobie en migrantenhaat, maar een schoolvoorbeeld van rechtse volksmennerij waardoor een massa misleid wordt. Deze mensen voelen dat de samenleving op deze weg voor hen de verkeerde kant uit gaat, maar weten niet hoe dat proces te keren. Een oplossing ligt in een onderdeel van de sociaaldemocratische ideologie, dat de laatste decennia teveel is verwaarloosd ten gunste van het gelijke kansenverhaal: het gelijker maken van de samenleving als doel op zichzelf. We moeten accepteren dat niet iedereen dezelfde capaciteiten heeft, maar dat wel iedereen hetzelfde recht heeft op een goed bestaan. De eenvoudigste oplossing om dat te bereiken is herverdeling. Niet alleen van inkomen, al is dat zeer belangrijk, maar ook van bestaanszekerheid voor wie daar behoefte aan heeft. Het is niet slecht als mensen behoefte hebben aan zekerheid. Het is een eerste levensbehoefte, bijvoorbeeld in geval van een baan. De belofte dat door een oneindige keuzevrijheid (lees: marktwerking) de wereld beter zou worden is inmiddels wel ontmaskerd na alle debacles in de zorgpremie, het openbaar vervoer, de woningmarkt, de thuiszorg en de posterijen.

Herverdeling dus, nivelleren om de sociale samenhang in onze samenleving te redden. Misschien als de sociaaldemocraten dat als voornaamste speerpunt gaan omarmen en wat minder tamboereren op identiteitskwesties waar het leeuwendeel van de bevolking de schouders over ophaalt, is de verschrompeling van partijen op links misschien nog een halt toe te roepen. Hopelijk neemt men daarbij Vuyks boek ter harte. Het is een mateloos interessant boek en een welkome aanvulling op de ideevorming rond veel van de maatschappelijke problemen waar onze samenleving momenteel mee te kampen heeft. Een absolute aanrader!

Wouter van Dijk  

Comments are closed.

Post Navigation