Samuel Pallache, Gerard Wiegers en Mercedes Garcia-Arenal

Recensent: Vera WeteringsSamuel-Pallache-Mercedes-Garcia-Arenal-Gerard-Wiegers

Samuel Pallache. Koopman, kaper en diplomaat tussen Marrakesh en Amsterdam
, Mercedes García-Arenal & Gerard Wiegers

Amsterdam University Press, Amsterdam 2014
ISBN:9 789089 646163

Paperback, met appendix, notenapparaat, verklarende woordenlijst, afkortingen, bibliografie en index.
344 pagina’s
€19,95

 


Samuel Pallache
Om het verhaal van Pallache te reconstrueren hebben de auteurs Gerard Wiegers en Mercedes García-Arenal langdurig onderzoek gedaan in archieven en bibliotheken in Marokko, Spanje, België, Nederland en Engeland. Gerard Wiegers is hoogleraar religiewetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en voorzitter van de leerstoelgroep religiestudies. Mercedes García-Arenal is als hoogleraar verbonden aan de Hoge Raad voor Wetenschappelijk Onderzoek (CSIC) in Madrid. Bij het schrijven van het boek hebben de twee auteurs het leven van Pallache voortdurend geplaatst in zijn historische context. Hierdoor krijgt de lezer niet alleen een inzicht in zijn levensloop, maar ook de tijd waarin hij leefde en de gebeurtenissen en conflicten die toen speelden. Zo besteden ze aan de hand van dit werk over Pallache ook aandacht aan de problematiek van ‘identiteit’ in de vroegmoderne tijd. Hierbij gaat het met name om de sociale, politieke en religieuze identiteiten van joden, moriscos (lees: tot het christendom bekeerde Moren) en bekleerlingen tot de islam in Spanje, Marokko en de Republiek.
Samuel Pallache (1550-1616) werd geboren in het Marokkaanse Fez. Zijn Joodse familie was oorspronkelijk afkomstig uit Spanje, maar is na het uitvaardigen van het Alhambra Decreet van 31 maart 1492 naar Marokko gegaan. In dit decreet kondigden koning Ferdinand II en koningin Isabella van Spanje de verdrijving van de Joden uit hun land af. In Fez woonde Pallache met zijn familie in de wijk Mellah, de grote Joodse wijk met zo’n 50.000 inwoners. De Joden in Fez werkten veelal als juweliers, goudsmeden, bankiers of handelaars. Pallache groeide op in Fez en ging aan de slag als handelaar in juwelen. Toen het economisch gezien minder goed ging met Fez en de stad werd getroffen door een pestepidemie, wilden vele Joden de stad verlaten. Ook Samuel en zijn broer Joseph vertrokken en gingen naar Spanje. In Spanje ging Samuel aan de slag als handelaar in juwelen uit Marokko en sinds 1605 werkte hij ook als informant voor de koning van Spanje. Hier en ook al in Fez verdiende Samuel veel geld. In 1607 besloot hij Spanje te verlaten en via de Franse Atlantische kust naar de nieuwe Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden door te reizen.

Toen Samuel met zijn broer op 18 april 1608 bij de Staten-Generaal een paspoort aanvroeg, werd dit gehonoreerd. Echter binnen enkele maanden werd de toestemming ingetrokken. De precieze reden is onduidelijk, maar het lijkt waarschijnlijk dat de Staten-Generaal had vernomen dat de broers samenwerkten met de Spaanse koning, met wie de Republiek toentertijd in oorlog was. Eenmaal terug in Marokko probeerde Samuel via de Nederlandse consul in Marokko terug te keren naar Nederland én met succes. Hij ontving de juiste papieren en kon als ambassadeur van sultan Muley Zaydan naar de Republiek met een brief voor prins Maurits. Zo’n functie was in die tijd niet ongebruikelijk, Marokkaanse joden traden regelmatig op als tussenpersonen. Eind 1610 sloten Marokko en de Republiek een vriendschapsverdrag dat mede werd ondertekend door Samuel. Hierna moest Samuel van de Staten-Generaal verplicht in Den Haag wonen, net als alle andere buitenlandse gezanten.

Samuel werkte echter niet alleen als gezant, maar ook als kaper. Hoewel de Republiek tijdens het Twaalfjarig Bestand van 1609-1621 geen kapersbrieven verstrekte, deed de sultan van Marokko dat wel. Met zo’n kapersbrief werd toestemming gegeven vijandige schepen, zoals die van Spanje, te overvallen. Samuel had een kapersbrief van Muley Zaydan en overviel Spaanse, Portugese en Engelse schepen. Dit zorgde ervoor dat hij van oktober 1614 tot april 1615 vastzat in Engeland.  Toen Samuel terugkeerde in Den Haag was zijn broer Joseph inmiddels de nieuwe vertegenwoordiger van de sultan en had hij grote schulden. Ook raakte hij eind 1615 ziek en op 5 februari 1616 overleed hij. Doordat er nog maar weinig Joden in Den Haag woonden, kende de stad ook geen Joodse begraafplaats. Samuel werd bijgezet op de begraafplaats van de Portugese Joden in Ouderkerk aan de Amstel: Beth Haim. De banden die Samuel met de Republiek had werden ook tijdens zijn begrafenis duidelijk: de baar werd begeleid door zowel prins Maurits als verschillende vertegenwoordigers van de Staten-Generaal en de Raad van State. Ook bleef de familie Pallache de hele zeventiende eeuw de contacten tussen de Republiek en Marokko verzorgen.
Na de inleiding volgen de auteurs de levensloop van Pallache en ook na zijn dood behandelen ze hoe zijn nakomelingen zijn taken in de Republiek overnamen. Na dit uitgebreide verhaal volgen een beknopte conclusie en uitgebreide appendix met daarin verklaringen, brieven en verslagen. In de conclusie gaan de auteurs in op het soort persoon dat Pallache was en de houding die hij innam ten opzichte van het geloof.
Hoewel de twee auteurs in hun inleiding waarschuwen dat zij niet pretenderen alle documenten in de talrijke archieven en bibliotheken te hebben opgespoord waarin materiaal over Pallache te vinden zou zijn, kan wel geconstateerd worden dat zij grondig onderzoek hebben verricht. Met deze publicatie over Samuel Pallache hebben Gerard Wiegers en Mercedes García-Arenal niet alleen het kleurrijke levensverhaal van Pallache geschetst, maar ook een bijdrage geleverd aan de geschiedschrijving over de joden in het Europa van de zeventiende eeuw. Aan de hand van het leven van Pallache en bronnen over soortgelijke figuren konden zij de complexiteit van de zeventiende eeuw en van de grote politieke, sociale en religieuze conflicten blootleggen.

Vera Weterings